Deze website draagt het AnySurferlabel, een Belgisch kwaliteitslabel voor toegankelijke websites. Meer informatie vindt u op www.anysurfer.be.

Communicatiedraaiboek

In vijf stappen communiceren met mensen in armoede

In een toegankelijke taal

Klare taal heeft te maken met woordgebruik, zinsbouw en stijlgebruik. Schrijf je voor mensen die minder taalvaardig zijn, besteed dan extra aandacht aan deze drie aspecten. Het kan het verschil maken tussen wel of niet gelezen worden, tussen wel of geen effect van je communicatieactie.

Het ambtelijke taalgebruik van de overheid is een verzuchting van vele mensen in armoede. Ze begrijpen het juridische vakjargon niet, vinden in de hoeveelheid woorden en zinnen de essentie niet en weten dus niet wat van hen vewacht wordt. Zo raken ze ontmoedigd om nog overheidsboodschappen door te nemen. Een euvel dat de overheid zelf kan oplossen door algemeen geldende taalprincipes consequent toe te passen.

Woordkeuze

  • Wees zuinig met formele woorden en gebruik in de plaats eenvoudige, duidelijke woorden. Bv. niet 'doorgaans', maar 'vaak'. De publicatie In Duidelijk Nederlands bevat een alfabetische lijst van woorden met een formeel karakter die best vermijdt. Je vindt er meteen ook een neutraler alternatief.
  • Vermijd vaktaal en technische termen. Als het niet anders kan, leg dan de vaktaal goed uit. Hetzelfde geldt voor moeilijke woorden: liefst vermijden en lukt dit niet, dan minstens goed uitleggen.
  • Wees zuinig met vage woorden. Houd het concreet. Vage woorden zoals 'zo snel mogelijk', 'dikwijls' of 'eventueel' roepen meer vragen dan antwoorden op. Want hoe snel is 'zo snel mogelijk'. Formuleer dergelijke aanduiding zo concreet mogelijk. 
  • Vermijd woorden en woordcombinaties die de formulering omslachtig maken. Je kan dergelijke zinnen krachtiger maken door overtollige woorden te schrappen en in een actieve stijl te schrijven.
  • Gebruik geen abstracte begrippen of beeldspraak. Geef voorbeelden.

Zinsbouw

  • Gebruik korte zinnen. Van een lange zin kunt u vaak beter meerdere korte zinnen maken.
  • Laat woorden als 'zullen' en 'worden' weg. Dit maakt de tekst beter te begrijpen en spreekt de lezer meer aan. Dus niet: 'Er zal feest worden gevierd', maar: 'Bakker de Vries viert feest!'
  • Vermijd tangconstructies in zinnen en zinnen met een lange aanloop. Minder taalvaardige lezers raken hierdoor de draad vlugger kwijt en de tekst klinkt afstandelijker en ambtelijker. Een tangconstructie zoals bv. "Gelieve het door u ingevulde en ondertekende formulier terug te sturen naar ..." kan je makkelijk wegwerken door de zin actief te zetten "Vul dit formulier in, onderteken het en stuur het terug sturen naar ..."
  • Wees zuinig met nominaliseringen.Bij een nominalisering plaats je het lidwoord hetvoor een werkwoord of plaats je een achtervoegsel zoals -ing of -atie achteraan een werkwoord., bv. het toekennen van een premie of de toekenning van een premie. Op zich zijn nominalisering niet fout, maar uw boodschap komt stroever en afstandelijker over. Je kan nominaliseringen makkelijk vermijden door de werkwoorden te vervoegen, bv. "De Vlaamse overheid kent u een premie toe".
  • Gebruik geen voorzetselketens of voorzetseluitdrukkingen.Een voorzetselketen is een opeenvolging van bepalingen die telkens starten met een voorzetsel (bv. van, voor) of een voorzetseluitdrukking (bv. in het kader van, met betrekking tot). Hierdoor krijg je een opeenstappeling van naamwoorden die de zin omslachtig en minder duidelijk maakt. Je kan voorzetselketens vermijden door de zin in stukken te kappen en de informatie over veschillende zinnen te verdelen. Een voorzetseluitdrukking vervang je door een gewoon voorzetsel (bv. met betrekking tot = over; in het kader van = binnen).

Stijlgebruik

  • Let op met beeldspraak en woordspelingen. Voor minder taalvaardige mensen vormen beeldspraak en woordspelingen een extra drempel om tekst te begrijpen. 
  • Vermijd clichéwoorden en uitdrukkingen. 

Tip! Schrijf je voor mensen in armoede, laat hen dan de tekst nalezen. Ze kunnen je waardevolle feedback geven over het woordgebruik, de zinsbouw en de stijl van de tekst. Je voorkomt er ook mee dat de tekst (onbedoeld) afstandelijk, ambtelijk of parternalistisch overkomt, waardoor mensen in armoede minder bereid zijn om hun gedrag te veranderen. 

Over klare taal is al veel geschreven. We verwijzen dan ook graag naar de beschikbare literatuur voor meer uitleg bij deze algemene taalprincipes.

Brochure met taaltips van de Taaltelefoon - tips rond woordgebruik, zinsbouw en stijlgebruik vind je in hoofdstuk 5.
Charter voor het gebruik van eenvoudig geschreven Nederlands. De Gentse organisaties die dit charter met taaltips uitwerkten, verbinden zich ertoe de taaltips toe te passen binnen hun organisaties.
Taaltelefoon (2009). In duidelijk Nederlands. Brussel: Vlaamse overheid, p. 27 - 51.
Tiggelovend, I. (2011) Woorden en beelden k(l)eurig kiezen. Communiceren met een cultureel divers publiek. Antwerpen: Verbal Vision vzw en Wablieft, p. 25 - 35.